4… DE WAARHEID

‘Ik vind het een vaag en negatief stukje,’ zegt een knappe blonde dame tegen mij. ‘O,’ zeg ik, ‘waarom dan?’ Ze vindt dat ik positiever over Oldenzaal moet schrijven. Ik leg haar uit dat ik niet ben uitgenodigd door het ‘Promotieteam Oldenzaal’ maar door een onafhankelijke stichting die de identiteit van Twente in kaart probeert te brengen en dat ik een van veertien kunstenaars ben die dat gaat doen. Mij is Oldenzaal toegewezen en ik leg haar uit dat ik probeer me een zo objectief mogelijk beeld over deze stad te vormen, waarbij ik vooral moet letten op de cultuurhistorie en de ‘internationale verbindingen’.
Er was mij al, uit diverse bronnen, duidelijk geworden dat Oldenzalers erg trots zijn op hun stad en daar niet graag iets negatiefs over horen. Maar trots zijn op je eigen stad is niet uitzonderlijk. De Ootmarsummers zijn trots op Ootmarsum, de Hagenezen op Den Haag, de Fransen op Frankrijk, de Serven op Servië, de Amerikanen op Amerika en ga zo maar door. Er zijn hele oorlogen die gaan over trots.
Toen ik deze kant op moest reageerde mijn omgeving extreem. Mijn zus riep: ‘O, Threes, houd je dat wel uit!’ Mijn uitgever slaakte een ‘O god, wat afschuwelijk!’ Mijn huisarts zei: ‘Dat gát? Is het soms een testcase om je eigen creatieve proces en de grenzeloosheid daarvan te testen?’ Mijn producent uit Bombay schreef: ‘Never heard of Oldenzaal, but neither have most Dutch people, I guess – maybe your reports will make it a hot destination.’ Mijn buurman, een Tukker, zei dat ik misschien wel eens heerlijk tot rust zou kunnen komen en een vriendin fluisterde me in dat ik waarschijnlijk allemaal nieuwe inzichten over mezelf zou krijgen door me zo op te sluiten in een ‘klein dorpje’.



En ook van Oldenzalers krijg ik sinds de eerste column allerlei adviezen en commentaren. Naast de lovende woorden over hoe vriendelijk, veilig en gastvrij het stadje is, gelegen tussen mooie bossen en weidse natuur, kwamen er ook e-mails met: ‘Schrik niet van ons station, het eenzaamste plekje van ons land…’ of ‘We zullen je ongetwijfeld een lichte cultuurshock bezorgen, want we zijn nogal doorsnee.’ Een vriendin die al jaren in Australië woont maar geboren en getogen ‘Boeskeul’ is, belde me verontrust op: ‘Je gaat toch niet naar dat burgerlijke rooms-katholieke CDA-bolwerk? Oh, baby, you’ll die…’
En ik? Ik kijk en luister en laat deze stroom woorden en e-mails over me heen komen als een heerlijke douche. Als het te heet wordt draai ik de kraan wel dicht, maar voorlopig kan ik er geen genoeg van krijgen.